Verdubbelen of verenkelen

Gatenvuloefening

Vul de gaten in. Druk dan op "Antwoord controleren" om uw antwoorden te controleren. Gebruik de "Hints"-knop om een extra letter te krijgen, wanneer u het lastig vindt om een antwoord te geven. U kunt ook op de "[?]"-knop drukken om een aanwijzing te krijgen. Let wel: u verliest punten, wanneer u hints of aanwijzingen vraagt!

Op peon twee wacht ik op de trein. (r/rr)
Hij biert van de koude. (b/bb)
Als papa de auto wast, heeft hij zes eers water noig. (m/mm) (d/dd)
Mama en papa koen een nieuwe zeel. (p/pp) (t/tt)
Op Allerzielen herdenken wij de doe mensen. (d/dd)
In de weide staat een kue schaen. (d/dd) (p/pp)
's Avonds kijk ik altijd eens naar de steen aan de heel. (r/rr) (m/mm)
Op de schoel liggen zeen aels. (t/tt) (v/vv) (p/pp)
In de Tweede Weeldoorlog gebruikte men veel waens en boen. (r/rr) (m/mm)
Mijn neefje van drie jaar speelt veel met bloen. (k/kk)
Op mijn kaer staat een foo waarop jij en ik staan. (m/mm)
De jurouw heeft altijd een kleine koer mee. (f/ff) (f/ff)
Mijn teen heen koud. (n/nn) (b/bb)
Dieter en Jeroen voetbaen in dezelfde ploeg. (l/ll)
Op de fruitschaal lien aels en peen. (g/gg) (p/pp) (r/rr)
Ik moet van mama mijn spuen in mijn kaer opruimen. (l/ll) (m/mm)
Ik heb de spiegel laten vaen. De stuen glas laen verspreid over de grond. (l/ll) (k/kk) (g/gg)
Vraagstuen oploen vind ik moeilijk. (k/kk) (s/ss)
Opa kan heel goed spaende verhaen verteen. (n/nn) (l/ll) (l/ll)
Ae daen drink ik twee glazen melk. (l/ll) (g/gg)
Kien en kiers vind ik rare dieren. (p/p) (k/kk)
Op het bord staan tien soen die we moeten oploen binnen het kwartier. (m/mm) (s/ss)
Wij eten aemaal graag aardaelen met worst en aelmoes. (l/ll) (p/pp) (p/pp)