Vertaal en vul aan.

Vertaal volgende woorden in het Nederlands. Er is maar één woord in het Nederlands voor nodig. Druk dan op "Controleer" om uw antwoorden te controleren.
1. een bankkaart : une carte
2. de kok : le
3. de dagschotel : le du jour
4. het plat water : l'eau
5. een lepeltje : une
6. een blikopener : un
7. de smeerkaas : le fromage
8. het vaatwerk : la
9. een conservenblik : une de
10. een biertje : une
11. een chocolademousse : une chocolat
12. een flesopener : un
13. het spuitwater : l'eau
14. een kurkentrekker : un
15. een kookboek : un livre de